Botanische naamWolfiporia extensa
Traditioneel gebruikt deelOndergronds sclerotium
Onze productspecificatieMinimaal 30% polysachariden
01De identiteit van Poria
De naam Poria cocos is historisch ingeburgerd. In mycologische en farmaceutische publicaties komen ook de namen Wolfiporia cocos en Wolfiporia extensa voor. Bij productidentificatie is de combinatie van soortnaam, gebruikte schimmelstructuur en herkomst belangrijker dan alleen een oude handelsnaam.
Het sclerotium is een harde, vaak onregelmatig afgeronde massa. De buitenzijde is bruin en ruw; het binnenste bestaat uit compact, lichter schimmelweefsel. Het is geen knol of wortel van de dennenboom, maar een structuur die door de schimmel zelf wordt gevormd.
02Groei, grondstof en teelt
Poria ontwikkelt zich vooral in relatie tot afgestorven of verzwakt dennenhout en dennenwortels. Ondergrondse sclerotia kunnen aanzienlijke afmetingen bereiken en worden na de oogst schoongemaakt, gesneden en gedroogd. De groeiomgeving en de tijd tot de oogst beïnvloeden de grondstof.
Ook gecontroleerde teelt is mogelijk. Bij een betrouwbaar eindproduct letten wij op juiste soortidentificatie, de gebruikte delen, herleidbaarheid van de partij, vochtgehalte en controles op ongewenste verontreinigingen.
03Fu Ling in de Oost-Aziatische traditie
Fu Ling is al vele eeuwen bekend in de Chinese materia medica. In de traditionele Chinese leer wordt de grondstof onder meer verbonden met het begrip vocht en met het ondersteunen van de spijsverteringsfunctie binnen het TCM-denkkader. Deze begrippen behoren tot een historisch verklaringsmodel en zijn geen vastgestelde medische werking van een modern supplement.
De schimmel wordt ook in Japan gebruikt onder de naam hoelen. Hij komt voor in verschillende klassieke kruidencombinaties; de samenstelling en bedoeling van zulke formules verschillen van die van één gestandaardiseerd Poria-extract.
04Het natuurlijke stoffenprofiel
In het sclerotium zijn verschillende polysachariden beschreven, waaronder vooral glucaanrijke verbindingen. Daarnaast bevat de schimmel karakteristieke lanostaanachtige triterpenen, zoals pachyminezuur (pachymic acid) en verschillende poricoïnezuren. Sterolen en andere verbindingen komen eveneens voor.
De aanwezigheid van zulke stoffen in de soort zegt nog niet dat zij in dezelfde verhouding in elk extract aanwezig zijn. Het type grondstof, de oplosmiddelen en de temperatuur bepalen welke fracties uiteindelijk in een bereiding terechtkomen.
05Van sclerotium naar extract
Bij een veelgebruikte bereidingsroute wordt de gedroogde grondstof verkleind en met heet water geëxtraheerd. De wateroplosbare bestanddelen kunnen daarna worden geconcentreerd en tot poeder gedroogd. Met andere extractiemethoden worden deels andere fracties verkregen; met name niet alle triterpenen gedragen zich hetzelfde als wateroplosbare polysachariden.
Daarom behandelen wij een extract en eenvoudig gemalen Poria als twee verschillende bereidingen. De precieze toegepaste methode van een productpartij moet blijken uit de bijbehorende technische documentatie; die leiden we niet af uit de kleur van het poeder.
06Wat betekent minimaal 30%?
Onze Poria cocos-productspecificatie vermeldt minimaal 30% polysachariden. Dit is de opgegeven concentratie van de totale gemeten polysacharidefractie in het extract, geen percentage dat alle afzonderlijke werkzame verbindingen beschrijft.
Het getal zegt op zichzelf niet hoeveel bètaglucanen, pachyminezuur of poricoïnezuren aanwezig zijn. Zulke gehalten vragen afzonderlijke analysemethoden. Een hoger polysacharidengehalte betekent bovendien niet automatisch een beter of klinisch werkzamer extract.
De verschillende delen van het sclerotium
In Chinese grondstofkennis maakt men onderscheid tussen delen en verwerkingen van Fu Ling, zoals het lichte binnenweefsel en de buitenste schil. Deze materialen hebben niet altijd dezelfde samenstelling of traditionele toepassing. Voor de beoordeling van een modern extract telt daarom welk deel daadwerkelijk verwerkt is en hoe de samenstelling per partij wordt gecontroleerd.