Welke kleuren kan Reishi hebben?
Reishi wordt vaak afgebeeld als een roodbruine glanzende paddenstoel. In werkelijkheid kan het uiterlijk van lakzwammen veel gevarieerder zijn. Geel, oranje, roodbruin en donkerbruin komen voor binnen verschillende laccate Ganoderma-soorten, en één vruchtlichaam kan meerdere kleurzones hebben. Dat maakt kleur een interessant beschrijvend kenmerk, maar geen betrouwbare zelfstandige methode om de soort of kwaliteit van een product vast te stellen.
Waarom hebben sommige hoeden meerdere banden?
Een vruchtlichaam ontwikkelt zich geleidelijk. Nieuwe delen aan de rand kunnen een andere tint hebben dan het oudere centrum. Bij vers groeiende exemplaren wordt geregeld een lichte, soms bijna witte of gelige rand gezien, terwijl oudere delen donkerder zijn. Daardoor ontstaan zones die de groei zichtbaar maken. De banden zijn geen gegarandeerde jaarringen; bij afzonderlijke soorten en groeiomstandigheden kunnen ze ook onregelmatig verlopen.
De verdeling van pigmenten, de structuur van de hoedhuid, uitdroging en de invalshoek van licht beïnvloeden hoe kleuren worden waargenomen. Een glanzend oppervlak kan er onder kunstlicht dieper rood uitzien dan onder diffuus daglicht.
Verschillen tussen soorten
In een groot onderzoek naar Amerikaanse laccate Ganoderma-soorten werden hoedkleuren van geel via oranje tot roodbruin beschreven. Bij G. curtisii konden onder meer geel-oranje en roodbruine tonen voorkomen, soms met paarsachtige schakeringen. Bij G. sessile varieerde de kleur in de onderzochte collecties onder andere van diep rood tot oranjerood. De onderzoekers benadrukten dat de hoedkleur voor de meeste soorten niet op zichzelf diagnostisch was.
Hetzelfde geldt voor commerciële foto's die uitsluitend 'rode Reishi' of 'zwarte Reishi' vermelden. Zonder moderne soortidentificatie blijft vaak onduidelijk of een kleurbenaming verwijst naar een biologische soort, een groei- of rijpingsstadium, een traditionele categorie of een marketingnaam.
Welke rol spelen licht en ventilatie?
Bij gekweekte Ganoderma-vruchtlichamen beïnvloeden kweekomstandigheden de morfologie en soms ook de zichtbare kleurontwikkeling. Onderzoek naar gewei-achtige groeivormen liet zien dat de combinatie van belichting en luchtwisseling een rol speelt bij de ontwikkeling van vorm en kleur. Het betekent niet dat je aan de hand van de kleur achteraf exact kunt reconstrueren welk lichtschema de teler gebruikte.
Ook vocht en temperatuur hebben invloed op de ontwikkeling en het uiterlijk. Een natte of glanzende hoed kan tijdelijk anders ogen dan dezelfde hoed na droging. Daarom noteren onderzoekers kleur bij voorkeur onder bekende omstandigheden en met aandacht voor de leeftijd van het materiaal.
Is de onderkant altijd dezelfde kleur?
Nee. De poriënlaag aan de onderzijde is bij verschillende jonge vruchtlichamen licht, vaak witachtig of roomkleurig. Tijdens veroudering of bij beschadiging kan zij verkleuren. Sommige Ganoderma-soorten geven daarnaast bruin sporenstof af, dat op aangrenzende oppervlakken neerslaat. Zo kan een vruchtlichaam van boven én van onder een andere kleurindruk geven, zonder dat zijn soort verandert.
Voor een betrouwbare beschrijving moet je dus onderscheid maken tussen hoedkleur, poriënlaag, doorsnede en een eventuele laag sporenstof. Vooral de doorsnede kan bij determinatie informatie geven over de kleur en banden van het binnenweefsel.
Kun je de soort herkennen aan rood, zwart of geel?
Een kleur kan een aanwijzing zijn binnen een complete determinatiesleutel, maar is zelden voldoende. De University of Florida gebruikt in haar overzicht ook de groeiwijze, gastheer, steel, poriën, binnenweefsel en microscopische kenmerken. Moleculaire studies laten bovendien zien dat uiterlijk sterk vergelijkbare exemplaren tot verschillende soorten kunnen behoren. Andersom kunnen exemplaren binnen een soort behoorlijk uiteenlopen.
Dit is belangrijk bij het vergelijken van traditionele kleurcategorieën met moderne Latijnse namen. Een oud cultureel begrip hoeft niet exact te passen bij een huidige genetisch afgebakende soort.
Wat vertelt de kleur over een extract?
Vrijwel niets zonder verdere gegevens. Bij het drogen, malen en extraheren worden weefsels veranderd of selectief verwerkt. De kleur van het eindproduct is mede afhankelijk van extractiemethode en concentratie. Aan een donkere vloeistof of een roodbruine poederkleur kun je geen betrouwbaar bètaglucangehalte, triterpeenprofiel of gezondheidswerking afleiden.
Een zinvol kwaliteitsdossier noemt de soort, herkomst, welk deel is gebruikt, de verwerkingsmethode en de relevante batchanalyse. Kleur kan daarin als beschrijvende waarneming voorkomen, niet als zelfstandig keurmerk.
Een praktische observatiehandleiding
Maak bij een vondst foto's van de bovenkant in indirect daglicht, de poriënlaag en de groeiplaats. Noteer of de kleurzone zich aan de nieuwe rand of in een ouder deel bevindt. Beschrijf afzonderlijk de glans en de eventuele sporenafzetting. Leg de boomsoort en vindplaats vast als dat mogelijk is. Met deze informatie wordt een kleurenbeschrijving bruikbaar voor verdere identificatie.
Bronnen en verdere verdieping
- Loyd et al. (2018), Elucidating “lucidum”: Distinguishing the diverse laccate Ganoderma species of the United States. DOI: 10.1371/journal.pone.0199738.
- University of Florida IFAS Extension, PP333, kleurvariatie en anatomische kenmerken van lakzwammen.
- Development of antler-type fruiting bodies of Ganoderma lucidum and determination of its biochemical properties (2018), PMID: 29665955.
- Ganoderma (Ganodermataceae, Basidiomycota) Species from the Greater Mekong Subregion (2021), PMC8541142.
