Reishi kweken op hout: van substraat tot vruchtlichaam
Het kweken van Reishi is een gecontroleerde manier om de levenscyclus van een houtafbrekende schimmel te volgen. Waar de schimmel in de natuur op stammen, wortels of dood hout groeit, gebruiken telers bijvoorbeeld gezaagde houtblokken of samengestelde substraten op basis van zaagsel. Het succes van een teelt hangt niet alleen af van de schimmel, maar ook van de voedingsbodem, hygiëne, vochtigheid, belichting en luchtwisseling.
Waarom wordt hout gebruikt?
Veel Ganoderma-soorten leven van stoffen die in hout aanwezig zijn. Hun hyfen scheiden enzymen uit waarmee ze complexe verbindingen in het hout kunnen afbreken. Daarom zijn houtblokken en hardhoutzaagsel logische uitgangsmaterialen voor de kweek. Een teeltsubstraat moet echter niet alleen voeding leveren. Het moet ook voldoende vocht vasthouden, structuur bieden en ruimte voor gaswisseling laten.
Onderzoekers proberen verschillende mengsels uit. In een studie naar gewei-achtige vruchtlichamen werden bijvoorbeeld eikenzaagsel en rijstzemelen gecombineerd en werd de opbrengst bij verschillende toevoegingen van compost vergeleken. Dat één proefmengsel in die studie beter presteerde, betekent niet dat die verhouding voor elke Ganoderma-stam of elk teeltsysteem optimaal is.
Twee teeltmethoden: stam en zak
Bij traditionele houtblokkenteelt wordt geschikt hout geënt met een gekozen schimmelcultuur. Het mycelium koloniseert de stam voordat vruchtlichamen worden gevormd. De methode sluit nauw aan op het natuurlijke substraat, maar vraagt tijd en geschikte omstandigheden. Bij zakteelt vullen producenten een hittebestendige kweekzak met bijvoorbeeld behandeld zaagsel en aanvullende grondstoffen. Na afkoelen wordt de zak onder hygiënische omstandigheden geënt.
Zakteelt maakt de verhouding van ingrediënten en de vochtigheid relatief goed controleerbaar. Houtblokkenteelt kan weer andere praktische voordelen bieden. De twee systemen leveren niet automatisch identieke chemische producten op: stam, substraat en proces bepalen mede de uitkomst. Voor een productdossier is het daarom zinvol om vast te leggen welke methode werkelijk is gebruikt.
Van entmateriaal naar een doorgegroeid blok
De kweek begint met betrouwbaar entmateriaal, vaak spawn genoemd: een drager waarop het gewenste mycelium al groeit. Na het enten verspreiden de hyfen zich door de voedingsbodem. In deze kolonisatieperiode is het belangrijk besmetting door concurrerende schimmels en bacteriën te beperken. Een ogenschijnlijk wit doorgegroeide zak is overigens niet automatisch een bevestiging van de juiste soort; de identiteit van de gebruikte cultuur hoort vooraf gecontroleerd te zijn.
Wanneer het substraat voldoende is gekoloniseerd, kan de teler de omgeving aanpassen om vruchtlichaamvorming mogelijk te maken. Het exacte schema hangt af van de stam en de teeltopzet. Er is daarom geen universele temperatuur of groeiduur die voor alle Reishi-soorten en locaties klopt.
Licht en lucht bepalen mee de vorm
Een van de opvallendste waarnemingen uit teeltonderzoek is dat Ganoderma verschillende vormen kan maken. Bij voldoende geschikte omstandigheden ontstaat vaak een hoedvormig vruchtlichaam. Onder bepaalde combinaties van beperkte ventilatie en belichting kunnen langwerpige, vertakte of gewei-achtige vormen ontstaan. Een studie uit 2018 onderzocht expliciet hoe luchtwisseling en licht de vorming van dergelijke vruchtlichamen beïnvloeden.
Dit is geen aanwijzing dat de ene vorm therapeutisch beter zou zijn. Het laat zien dat de vorm een reactie op omgevingsfactoren kan zijn. Wie een vruchtlichaam uitsluitend op zijn uiterlijk beoordeelt, mist informatie over de gebruikte kweekomstandigheden.
Een concreet veldonderzoek met houtblokken
Bijalwan en collega's beschreven in 2021 een teeltproef met Ganoderma op houtblokken in de Indiase Himalaya. In hun omstandigheden verschenen de eerste zichtbare jonge structuren ongeveer vanaf de tweede tot derde week nadat de geïnoculeerde blokken in de teeltruimte waren geplaatst. De hoedontwikkeling volgde later en volwassen vruchtlichamen werden na een langere groeiperiode waargenomen. Deze tijdstippen horen bij één onderzoeksopzet, niet bij een universeel teeltvoorschrift.
De waarde van zo'n studie is dat zij het proces opdeelt in meetbare fasen: kolonisatie, eerste vruchtlichaamvorming, uitbreiding van de hoed en rijping. Zo kunnen telers hun eigen omstandigheden onderbouwd vergelijken.
Wat wordt bij de oogst gecontroleerd?
De teler beoordeelt onder andere stadium, uiterlijke afwijkingen, aanwezigheid van zichtbare verontreiniging en herleidbaarheid van de partij. Daarna volgen doorgaans drogen, bewaren en eventueel verdere verwerking. De uiteindelijke productsamenstelling is niet rechtstreeks af te lezen uit de grootte of het gewicht van een vruchtlichaam. Daarvoor zijn laboratoriumanalyses nodig.
Wat zegt 'gekweekt op hout' op een etiket?
Deze vermelding beschrijft in de eerste plaats de voedingsbodem. Ze zegt niet vanzelf welke Ganoderma-soort is gekweekt, hoeveel bètaglucanen of triterpenen zijn gemeten of welk deel van de schimmel in het eindproduct terechtkwam. Een goede specificatie noemt naast het substraat ook de soort, de gebruikte stam waar beschikbaar, de productvorm en de relevante analysegegevens.
Bronnen en verdere verdieping
- Bijalwan et al. (2021), Growth performance of Ganoderma lucidum using billet method in Garhwal Himalaya, India. DOI: 10.1016/j.sjbs.2021.03.030.
- Development of antler-type fruiting bodies of Ganoderma lucidum and determination of its biochemical properties (2018). PubMed PMID: 29665955.
- Effect of Food Waste Compost on the Antler-Type Fruiting Body Yield of Ganoderma lucidum (2013), onderzoek naar substraatsamenstelling, PMC3627969.
