Sanghwang: De moerbeiboom in het Sanghwang-verhaal
De moerbeiboom is veel meer dan een decorstuk in de geschiedenis van Sanghwang. Een moderne soort, Sanghuangporus sanghuang, wordt juist met bomen uit het geslacht Morus in verband gebracht. Tegelijk is niet iedere houtzwam met de handelsnaam Sanghwang een moerbeibewoner. Het verhaal van deze boom laat zien hoe traditionele woorden, ecologie en moderne taxonomie elkaar aanvullen, maar ook waarom ze niet met elkaar verward mogen worden.
De moerbeiboom in Oost-Azië
Moerbeien behoren tot het geslacht Morus. Verschillende soorten zijn in Azië eeuwenlang gekweekt, onder meer vanwege hun bladeren. Vooral de witte moerbei (Morus alba) is bekend door de zijderupsteelt. Bomen langs erven, velden en wegen vormden bovendien herkenbare elementen in het landschap. Wanneer op beschadigd of verouderend hout een harde geelbruine zwam verscheen, was de boom gemakkelijk te benoemen. Dat verklaart waarom de groeiplaats onderdeel kon worden van volksnamen. Een historische vermelding van een moerbeizwam vertelt echter niet automatisch welke soort schimmel aanwezig was: vroeger werden uiterlijke kenmerken, niet DNA en formele type-exemplaren, als leidraad gebruikt.
Wat heeft hout met de levenswijze van een zwam te maken?
Sanghuangporus-soorten zijn houtbewonende basidiomyceten. Hun mycelium bestaat uit schimmeldraden die door delen van het hout groeien. Daar vinden zij hun voedingsstoffen. Veel verwante houtzwammen veranderen het hout door enzymatische afbraak van celwandcomponenten. Aan de buitenkant wordt het vruchtlichaam zichtbaar, vaak met een stevige structuur die niet lijkt op de zachte hoed van een champignon. Het hout is dus zowel leefomgeving als voedselbron. Welke boomsoort beschikbaar is, kan invloed hebben op kolonisatie, groei en de kans dat er vruchtlichamen gevormd worden. Dit betekent niet dat iedere boom geschikt is of dat een zwam vanzelf ontstaat wanneer er voldoende hout aanwezig is.
Waarom is Morus zo relevant voor Sanghuangporus sanghuang?
In 2012 beschreven mycologen een soort onder de naam Inonotus sanghuang, waarbij de associatie met moerbei een duidelijk kenmerk van het onderzochte materiaal was. Na de herziening van 2016 werd deze soort Sanghuangporus sanghuang genoemd. In de taxonomische literatuur wordt deze soort specifiek met Morus in verband gebracht. Die wetenschap geeft het traditionele woorddeel sang een verrassend nauwkeurige ecologische context. Maar de context is geen vrijbrief om elk vroeger beschreven geelbruin vruchtlichaam op moerbei dezelfde moderne soortnaam te geven. Daarvoor moet het concrete specimen worden onderzocht en vergeleken met betrouwbaar referentiemateriaal.
Niet alle Sanghuangporus-soorten groeien op moerbei
Het geslacht bevat meerdere verwante soorten met elk een eigen ecologische geschiedenis. Sanghuangporus baumii is bijvoorbeeld beschreven van hout van Syringa, de sering. Ook andere soorten worden met verschillende loofbomen geassocieerd. Daarom is het een fout om de traditionele naam Sanghwang, de moderne geslachtsnaam Sanghuangporus en de specifieke moerbei-gebonden soort S. sanghuang als synoniemen te behandelen. In een handelstekst moet worden aangegeven of het gaat om een verzamelnaam of een aantoonbare soort. In een historische tekst mag de oude naam behouden blijven zolang men duidelijk maakt dat de biologische identiteit niet altijd met zekerheid valt terug te vinden.
De gastheer als aanwijzing, niet als DNA-test
Een mycoloog noteert de boomsoort waarop een zwam groeit. Dat gegeven kan bepaalde identiteiten waarschijnlijker maken, maar niet sluitend bewijzen. Bomen kunnen verkeerd zijn geïdentificeerd, een vruchtlichaam kan op dood hout zonder bladeren groeien en verschillende zwammen kunnen dezelfde boom gebruiken. Bovendien kan een soort onder kunstmatige teeltcondities op andere substraten groeien dan in het wild. Daarom combineren onderzoekers de groeiboom met de vorm van het vruchtlichaam, de poriën, de sporen, het schimmelweefsel en DNA. De relatie tussen schimmel en boom is daarmee een belangrijk onderdeel van de onderzoeksopzet, maar geen vervanging voor het hele onderzoek.
Wat onthullen oude beschrijvingen wel en niet?
Een historische tekst die een opvallende zwam op een moerbei vermeldt, kan aantonen dat zo'n natuurverschijnsel in een bepaalde periode bekend was. Wanneer plaats, datering en oorspronkelijke formulering bewaard zijn, vertelt hij iets over de waarnemers en hun indelingswijze. Veel moeilijker is het om te bewijzen dat de schrijver exact dezelfde soort bedoelde als een moderne mycoloog. De tekst kan zijn overgeschreven, een volksnaam kan van betekenis zijn veranderd en een bekende groeiboom kan op de achtergrond een culturele rol spelen. Historische nauwkeurigheid betekent daarom niet dat iedere onduidelijkheid opgelost moet worden. Het betekent dat wij documenteren waar de bron ophoudt en de interpretatie begint.
Van bosboom naar kweeksubstraat
Een zwam die in de natuur met een bepaalde boom geassocieerd is, kan in een onderzoeksomgeving worden getest op houtblokken, zaagsel of andere lignocellulosische substraten. Dat zijn materialen die onder meer cellulose en lignine bevatten. De verhouding tussen koolstof, stikstof, vochtigheid en zuurstof beïnvloedt de groei. Bij een gecontroleerde kweek moeten onderzoekers bovendien vastleggen welke soort en stam gebruikt zijn. Men kan niet uit een substraatkeuze alleen afleiden dat het gekweekte materiaal een bepaalde schimmelsoort is. Omgekeerd vertelt de vermelding van een correcte soortnaam nog niets over de samenstelling van het eindproduct. De boomgeschiedenis en de productieketen vullen elkaar hier aan.
Een biologische relatie is geen gezondheidsclaim
De traditionele bekendheid van een zwam op moerbeihout kan aanleiding geven tot cultuurhistorisch of chemisch onderzoek. Zij bewijst niet dat een paddenstoelenproduct werkzaam is bij ziekte. Ook verschillen tussen gastheerbomen kunnen niet zonder meer worden vertaald naar voordelen bij menselijke consumptie. Voor zulke conclusies zijn goed uitgevoerde studies met nauwkeurig beschreven materialen nodig. Bij Europese voedingsmiddelen gelden bovendien regels voor gezondheidsclaims. In dit artikel staat daarom de ecologische en historische relatie centraal: de boom waarop de schimmel groeit, de naam die mensen eraan gaven en de ontwikkeling van betrouwbare soortidentificatie.
Hoe kun je deze kennis praktisch gebruiken?
Wanneer je een oud Chinees of Koreaans verhaal tegenkomt, kijk dan eerst of de boom wordt genoemd en welke oorspronkelijke naam in de tekst staat. Controleer daarna of een moderne publicatie werkelijk over S. sanghuang gaat of over een ander lid van het geslacht. Let bij foto's op de aanwezigheid van een duidelijke groeiplaats en bij onderzoeksartikelen op een specimen- of stamnummer. Vergelijk nooit zomaar analyseresultaten van meerdere soorten omdat ze allemaal Sanghwang heten. Het belangrijkste inzicht is eenvoudig: de moerbeiboom is een waardevolle sleutel tot een deel van het Sanghwang-verhaal, maar de sleutel opent niet automatisch iedere taxonomische deur.
Bronnen en verdere verdieping
- Wu, S.-H., Hattori, T. en Dai, Y.-C. (2012). Taxonomische beschrijving van Inonotus sanghuang als moerbei-geassocieerde soort.
- Zhou en collega's (2016). Herziening en oprichting van Sanghuangporus. Fungal Diversity.
- Zhou en collega's (2021). Addressing widespread misidentifications of traditional medicinal mushrooms in Sanghuangporus. Fungal Biology.
- Frontiers in Microbiology (2022). Current advances and potential trends of the polysaccharides derived from medicinal mushrooms sanghuang. DOI: 10.3389/fmicb.2022.965934.
