HEALTHY FUNGI / Pure paddenstoelextracten
Healthy Fungi · Paddenstoelenverhalen

Agarikon: Agarikon in Europese natuurhistorische boeken

Agarikon: Agarikon in Europese natuurhistorische boeken

In oude Europese natuurboeken kreeg agarikon een plaats tussen organismen die nog niet volgens moderne mycologische regels waren ingedeeld. De larikszwam werd beschreven als opvallend, bitter, houtig en verbonden aan naaldbomen. Maar de namen veranderden keer op keer: dezelfde soort kon in het ene boek Boletus, in het andere Polyporus en later Fomes worden genoemd. Wie de geschiedenis wil reconstrueren, moet daarom niet alleen naar afbeeldingen kijken, maar ook naar auteurs, jaartallen en de verschillende wetenschappelijke begrippen die zij gebruikten.

Natuurhistorische boeken hadden meerdere doelen

Vroegmoderne natuurboeken waren vaak tegelijk catalogus, identificatiehulp en verzameling van oudere inzichten. De auteurs beschreven de natuur met de instrumenten van hun tijd. Zij beschikten soms over gedroogde specimens, correspondentie met verzamelaars of illustraties, maar niet over genetische analyses. Houtzwammen met een stevige bouw waren gemakkelijk te bewaren en dus geschikt voor collecties. Daardoor kon een beschrijving lang blijven circuleren. Het nadeel is dat oude kenmerken en namen werden herhaald, ook wanneer de grenzen tussen soorten later anders werden getrokken. Een zorgvuldig modern artikel maakt die verschuivingen zichtbaar zonder vroegere auteurs als onkundig af te doen.

Dominique Villars en Boletus officinalis

Een belangrijk ankerpunt is Dominique Villars, die in 1789 de naam Boletus officinalis publiceerde. Zijn combinatie vormt het basionym waarop verschillende latere namen zijn gebaseerd. Het historische geslacht Boletus omvatte destijds een andere verzameling organismen dan de huidige wetenschappelijke interpretatie. Dat verklaart waarom het vreemd kan lijken dat een grote, harde houtzwam ooit onder een naam stond die tegenwoordig vaak met zachte boleten wordt geassocieerd. De gebruikte naam vertelt in dit geval vooral iets over de systematiek van de achttiende eeuw. Species Fungorum registreert de oorspronkelijke publicatie in Histoire des Plantes de Dauphiné.

De betekenis van illustraties

Een botanische tekening kan belangrijke details bewaren: de vorm van een meerjarig vruchtlichaam, de aansluiting op de stam, de bovenkant en soms de onderzijde. Toch zijn oude afbeeldingen niet uniform betrouwbaar. Sommige illustratoren werkten van gedroogd materiaal of uit de beschrijving van een andere auteur. Ook kon één prent worden hergebruikt in verschillende boeken. Daarom is de begeleidende tekst even belangrijk als de afbeelding. Bij twijfel kun je kijken of de auteur de gastheer vermeldt, de afmetingen beschrijft of onderscheid maakt tussen zachte en houtige zwammen. Die gegevens helpen de historische identificatie meer dan alleen een aantrekkelijke gravure.

Elias Magnus Fries en de naam Polyporus

In 1821 werd de soort onder de combinatie Polyporus officinalis vermeld in het werk van Elias Magnus Fries. De naam benadrukt de verwantschap zoals die toen binnen poriezwammen werd opgevat. Een poriezwam produceert sporen via een buisjeslaag met kleine openingen in plaats van via de plaatjes van een champignon. Toch is het niet verstandig om de historische naam direct gelijk te stellen met de hedendaagse grenzen van het geslacht Polyporus. De taxonomie heeft sindsdien grote veranderingen doorgemaakt. De waarde van die naam ligt in de verbinding tussen bronnen: oudere en latere literatuur gaan over een organisme dat onder verschillende combinaties werd beschreven.

De negentiende eeuw bracht veel nieuwe indelingen

Gedurende de negentiende eeuw verschenen voor deze zwam meerdere geslachtsnamen, waaronder Piptoporus, Cladomeris en Ungulina. Taxonomen probeerden soorten te groeperen op basis van vorm, poriën, bouw en vermoedelijke verwantschap. Dat resulteerde niet meteen in één blijvend systeem. Voor een historicus van de mycologie is het belangrijk dat nieuwe combinaties niet telkens een nieuwe soort betekenen. Een herbariumetiket met Piptoporus officinalis kan betrekking hebben op hetzelfde taxon als een moderne bespreking van Laricifomes officinalis. Dat is een reden om digitale collecties niet uitsluitend op één Latijnse naam te doorzoeken.

Van Fomes naar Fomitopsis

In de twintigste eeuw kwam de combinatie Fomitopsis officinalis in gebruik, gepubliceerd door Bondartsev en Singer in 1941. Eerdere boeken konden nog Fomes officinalis gebruiken. Dit is relevant omdat ook recente wetenschappelijke publicaties en de IUCN-beoordeling van 2019 de combinatie Fomitopsis officinalis hanteren. Een zoekopdracht op alleen Laricifomes zou daardoor belangrijke publicaties missen. Voor de inhoud van een kennisbank is het aan te bevelen de synoniemen te noemen, maar tegelijk uit te leggen dat verschillende bronnen uiteenlopende taxonomische opvattingen volgen. Zo wordt naamverwarring een onderwerp van onderwijs in plaats van een bron van fouten.

Het jaar 1957 en Laricifomes

Kotlaba en Pouzar introduceerden in 1957 de combinatie Laricifomes officinalis. Die naam wordt door NCBI Taxonomy als actuele combinatie gebruikt. De oudere naam Fomitopsis officinalis blijft echter in tal van databases zichtbaar. Species Fungorum kan bovendien een andere voorkeur tonen dan NCBI. In de praktijk is het dus nuttig om bij een wetenschappelijke referentie ook de auteursnaam, publicatie en eventuele synonymie te controleren. Dit is een voorbeeld van hoe wetenschappelijke naamgeving voortdurend wordt bijgewerkt, zonder dat het organisme zelf in één klap biologisch verandert wanneer een nieuwe classificatie wordt gepubliceerd.

Herbariumcollecties als tijdscapsules

Een specimen met vindplaats, datum, verzamelaar en gastheer kan meer betekenen dan een geïsoleerde oude soortbeschrijving. Bij goed bewaard materiaal is het soms mogelijk om morfologische eigenschappen opnieuw te beoordelen en in bepaalde gevallen DNA te onderzoeken. Daarmee kan worden getest of de historische determinatie overeenkomt met een huidige taxonomische interpretatie. Niet ieder oud specimen is daarvoor geschikt: bewaaromstandigheden en beschikbare documentatie verschillen. Toch geven herbaria onderzoekers een bijzondere mogelijkheid om verschuivingen in soortnamen te verbinden met daadwerkelijke organismen. Digitale catalogi vergroten de toegankelijkheid van zulke gegevens.

Hoe vergelijk je oude en nieuwe vakliteratuur?

Begin met de volledige oorspronkelijke naam inclusief de auteur. Zoek daarna de synonymie in een actuele naamdatabase en controleer of de geciteerde publicatie werkelijk over dezelfde soort gaat. Let ook op de geografische herkomst: een beschreven specimen uit de Alpen kan in andere ecologische omstandigheden zijn verzameld dan een Noord-Amerikaanse vondst. Een goede vergelijking stelt de vraag welke informatie uit de historische bron komt, welke uit een herinterpretatie en welke uit modern veld- of DNA-onderzoek. Zo krijgt de lezer een controleerbaar overzicht in plaats van een ondoorzichtige reeks Latijnse namen.

Bronnen en verdere verdieping

Villars, Histoire des Plantes de Dauphiné, 1789, Boletus officinalis; Fries, Systema Mycologicum, 1821, Polyporus officinalis; Bondartsev en Singer, 1941, Fomitopsis officinalis; Kotlaba en Pouzar, Česká Mykologie, 1957, Laricifomes officinalis; Species Fungorum en NCBI Taxonomy, actuele synonymie en naamregistratie. De herkomst van de genoemde namen is controleerbaar, terwijl interpretaties van oude prenten afzonderlijke beoordeling vereisen.

Ontdek Healthy Fungi

Meer weten over paddenstoelen en onze afzonderlijke extracten? Verken de website.

Bekijk onze extracten ↗Naar het kenniscentrum ↗